Jordaniërs kunnen niet voetballen. Dus zouden twee ongetrainde Nederlandse studenten in aanmerking kunnen komen voor een profcontract bij een of ander clubje?
Maandag, 10.13 uur
Of hij een club kan bedenken waar we mee zouden kunnen trainen, vragen we op bezoek bij de Jordaanse voetbalbond aan Mahmut. Mahmut is meteen enthousiast. 'This is a story that needs to be told', roept hij terwijl hij zijn mobiele telefoon grijpt. Hij heeft drie clubs in gedachten. 'Kennen jullie Al Wahdat, Al Faisali en Shabab Al Ordon?'
Slik. We hadden gerekend op een of ander derderangs elftal tussen de berggeiten, maar inmiddels is Mahmut een proeftraining voor ons aan het regelen bij het Jordaanse equivalent van Ajax, PSV en Feyenoord. Bij de eerste club is het meteen raak: Shabab Al Ordon verwacht ons over twee dagen in vol ornaat op het veld. De trainer wil ook nog weten wat voor spelers wij zijn. Ik mompel iets over dat ik meestal 'op 10' speel, omdat je op die positie volgens mij niet zo veel te lopen. Ter voorbereiding adviseert Mahmut ons om morgen even te gaan kijken bij een oefenduel tussen onze aanstaande werkgever en een van die andere topclubs, Al Wahdat. Een soort PSV - Ajax op een bijveld. Hier kan dat.

Dinsdag, 18.55 uur
Shabab mag dan een van de grootste clubs van het land zijn, er is geen taxichauffeur te vinden die weet waar het trainingscomplex zich bevindt. Na vele telefoontjes en een en dodemansrit belanden we kilometers buiten de hoofdstad op een bergachtig terrein, waar even later opeens een sportcomplex opduikt. Groene velden en vooral bewegende voetballers. Bingo.
De wedstrijd Al Wahdat en Shabab is verschrikkelijk. Veel gepingel, weinig overzicht. De coach van Shabab noteert het allemaal rustig in zijn notitieblokje, terwijl zijn collega bij Al Wahdat als een Arabische Emile Ratelband schreeuwend rondspringt. Aan de rand van het veld staat een handvol supporters: het nationale voetbal leeft nauwelijks onder de bevolking. Jordaniërs kijken liever naar Barcelona.
Na de wedstrijd blijkt dat onze toekomstige teamgenoten zich al op onze transfer hebben voorbereid. We mogen met de spelersbus mee, terug naar het centrum van Amman - al zou 'koekblikje op vier wielen' een betere omschrijving zijn. Voetbal is vooral een hobby, zeggen de Shabab-spelers in de bus, terwijl ze een hijs van hun sigaret nemen en discussiëren over waar ze die avond uit zullen gaan. Zouden we misschien écht een kans maken op de training van morgen? Jammer dat we zo lang niet gevoetbald hebben.
Woensdag, 19.04 uur
Als we in ons net aangeschafte trainingstenue het complex op komen lopen kijkt de trainer ons verbaasd aan. 'You want to play?' Dus dáárom ging het zo makkelijk! Welkom in de wereld van de miscommunicatie. De trainer trekt zich terug voor een overleg met de andere trainers, om drie kwartier later terug te komen. En we mogen meedoen!

20.00 uur
Samen met de rest van de selectie stappen we het verlichte kunstgrasveld op. De coach brult wat in het Arabisch, de spelers lachen. Worden we nu al belachelijk gemaakt? We beginnen met rondjes rennen: niet spectaculair, wel vermoeiend. Als we eindelijk mogen rekken en strekken buigen we opgelucht voorover. We hebben geen idee wat we precies moeten doen - alles wordt in het Arabisch uitgelegd - maar door onze teamgenoten te kopiëren komen we een heel eind.
De meeste spelers vinden het wel grappig, twee van die ongetrainde Hollanders op bezoek. Vooral als de bal eindelijk in het spel komt wordt het lachen: we doen oefeningen die de Shabab-spelers al jaren elke dag doen, maar die wij nog nooit gezien hebben. Onze dieptepasses belanden wel erg diep tegen een hek, onze aannames zijn geen aannames en kaatsen doen we bij voorkeur naar de verkeerde persoon.
20.58 uur
De coach heeft genoeg gezien. Het is tijd voor het afsluitende partijtje, en hij zegt maar gewoon waar het op staat: voor ons eigen welzijn is het niet verstandig om mee te spelen. Een goede inschatting, zien we vanaf de zijlijn. Het tempo ligt hoog en bepaalde verdedigers vliegen er flink op.

21.39 uur
De training zit er op, en de meest gevreesde speler van Shabab wandelt ons tegemoet. Hij stelt zich voor als Adlene. Algerijn van geboorte. Zo'n twee meter groot. Haast even breed. Indrukwekkende baard. Adlene, volledige naam Grich Adlene, complimenteert ons met onze inzet. Hij staat er op dat we zijn shirt in ontvangst nemen. Rugnummer 20.
Op 15-jarige leeftijd vertrok Adlene vanuit Algerije naar Italië vetrokken om daar te slagen als voetballer. Het lukte gedeeltelijk: hij hield het vier jaar vol in de Serie C, het derde niveau van Italië. Nu is hij 31 en speelt hij in Jordanië. 'Het niveau hier is slechter dan dat van de Serie C', zegt hij. Wijzelf schatten het in op middenmoot Jupiler League. En verdient dat nou nog een beetje, profvoetballer zijn in Jordanië? 'Ruim duizend euro in de maand', zegt Adlene. Geen vetpot, maar voor Jordaanse begrippen ruim genoeg om van te kunnen leven. Wij hadden zo getekend.
- Toppertje -
Jordanië heeft één vedette: Khaled Deeb Saleem, een 22-jarige international die afgelopen zomer de oversteek van Shabab naar Europa maakte. Voorlopig zit hij bij het Belgische KV Mechelen vooral op de bank. 'Ik heb inderdaad nog niet veel gespeeld maar mijn tijd komt nog. Het is moeilijk om aan te haken aan het niveau hier. Het niveau in Jordanië is niet te vergelijken met dat in België. In Jordanië wordt pas sinds twee jaar professioneel voetbal gespeeld. Er was altijd wel een competitie, maar die had voorheen geen officiële licentie. In Jordanië dribbelen ze veel meer met de bal terwijl je hier juist overzicht en fysieke kracht moet hebben. Ik heb een goed schot en een prima techniek, maar ik moet nog veel sterker worden.'