<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Lokaalmondiaal</title>
	<atom:link href="http://www.lokaalmondiaal.net/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.lokaalmondiaal.net</link>
	<description>lokaalmondiaal maakt documentaires en tv-programma’s, geeft de tijdschriften Vice Versa en Join uit en organiseert journalistieke debatten en onderwijsprogramma’s om de betrokkenheid bij internationale samenwerking te versterken.</description>
	<lastBuildDate>Wed, 22 Feb 2012 14:53:45 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	
		<item>
		<title>The White Man’s Burden: ‘Laat je utopische dromen varen’</title>
		<link>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/the-white-man%E2%80%99s-burden-%E2%80%98laat-je-utopische-dromen-varen%E2%80%99/</link>
		<comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/the-white-man%E2%80%99s-burden-%E2%80%98laat-je-utopische-dromen-varen%E2%80%99/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 22 Feb 2012 13:00:42 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Anne Manschot</dc:creator>
				<category><![CDATA[Vice Versa feed]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=19590</guid>
		<description><![CDATA[Wat zeggen de meest belangrijke boekwerken in de OS sector over de rol van ngo’s? In het verlengde van de discussie ‘de N van NGO’ over de toekomst van het maatschappelijk middenveld, komt Vice Versa met een reeks artikelen waarin verschillende vooraanstaande rapporten, boeken en artikelen over ontwikkelingssamenwerking worden doorgespit op dit onderwerp. Deze week: voormalig econoom van de Wereldbank, William Easterly, met het boek The White Man’s Burden: ‘Het doel zou moeten zijn: de leefomstandigheden van mensen verbeteren, niet: regeringen of samenlevingen transformeren’ <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/02/the-white-man%E2%80%99s-burden-%E2%80%98laat-je-utopische-dromen-varen%E2%80%99/">Verder lezen <span>&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/02/the-white-man%E2%80%99s-burden-%E2%80%98laat-je-utopische-dromen-varen%E2%80%99/easterly/" rel="attachment wp-att-19591"><img class="alignleft size-medium wp-image-19591" title="Easterly" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/01/Easterly-195x300.jpg" alt="" width="162" height="206" /></a>Wat zeggen de meest belangrijke boekwerken in de OS sector over de rol van ngo’s? In het verlengde van de discussie ‘</strong><a title="NIEUWSBLOG ‘DE N VAN NGO’" href="http://www.viceversaonline.nl/2011/12/nieuwsblog-de-n-van-ngo/" ><strong>de N van NGO</strong></a><strong>’ over de toekomst van het maatschappelijk middenveld, komt Vice Versa met een reeks artikelen waarin verschillende vooraanstaande rapporten, boeken en artikelen over ontwikkelingssamenwerking worden doorgespit op dit onderwerp. Deze week: voormalig econoom van de Wereldbank, William Easterly, met het boek <em>The White Man’s Burden</em>:</strong><strong> ‘</strong><strong>Het doel zou moeten zijn: de leefomstandigheden van mensen verbeteren, niet: regeringen of samenlevingen transformeren</strong><strong>’</strong><strong></strong></p><p>De ondertitel van <em>The White Man’s Burden</em> (2006) ‘<em>Why the West’s Efforts to Aid the Rest Have Done So Much Ill and So Little Good’ </em>beschrijft in grote lijnen de strekking van het boek. Easterly, die dankzij zijn kritiek op de gang van zaken in de OS-sector zijn voormalige werkgever (de Wereldbank) moest verlaten, beschrijft in <em>The White Man’s Burden</em> de redenen dat ‘zestig jaar en 2,3 triljoen dollar ontwikkelingshulp geen zoden aan de dijk heeft gezet’. Volgens de auteur ligt dat onder andere aan de focus binnen OS op <em>Planners</em> in plaats van <em>Searchers</em>, het feit dat de sector op zoek is naar een ‘Groot Plan’, en een chronisch gebrek aan verantwoording.</p><p><strong>Grote plannen</strong></p><p>Ondanks alle goede bedoelingen en investeringen de afgelopen decennia leven er nog steeds miljoenen mensen in armoede. Volgens Easterly wordt dit veroorzaakt door de aanpak die ontwikkelingsorganisaties en westerse regeringen er op na houden: men is op zoek naar een Groot Plan, een oplossing voor grote ontwikkelingsvraagstukken. De Grote Plannen om armoede en honger te bestrijden en sterftecijfers tegen te gaan hebben in de afgelopen decennia niet tot een oplossing van de problemen geleid. Dat komt, zegt de auteur van <em>The White Man’s Burden</em>, juist doordat de focus ligt op het oplossen van Grote Problemen door met Grote Plannen te komen. Van die utopische denkwijze moeten we af, schrijft Easterly: ‘<em>The right plan is to have no plan.’</em></p><p>Zijn ideeën staan dan ook lijnrecht tegenover die van Jeffrey Sachs, wiens boek <em><a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/01/the-end-of-poverty-en-de-rol-van-ngo%E2%80%99s/">The End of Poverty</a></em> een aantal weken geleden bij Vice Versa aan bod kwam. Sachs stelt weer een Groot Plan voor: om de allerarmsten te helpen uit de ‘armoedefuik’ te komen is er een eenmalige grote kapitaalinjectie nodig. Volgens William Easterly heeft de geschiedenis ons geleerd dat een dergelijke kapitaalinjectie weinig oplevert, aangezien het al vaker is uitgevoerd.</p><p>Met de ‘armoedefuik’ die Sachs beschrijft maakt Easterly ook korte metten: na onderzoek gedaan te hebben komt Easterly met statistieken die aantonen dat Sachs’ bevindingen niet kloppen. Arme landen – met of zonder ontwikkelingsgeld – hadden een gemiddelde inkomensgroei per hoofd van de bevolking, hetgeen ingaat tegen Sachs’ theorie dat ‘s werelds armsten gevangen zitten in hun armoede en er zonder financiële steun uit het westen niet uit kunnen komen. Sterker nog: <em>London School of Economics</em> econoom Peter Boone ontdekte dat ontwikkelingsgeld geen invloed heeft op economische groei of investeringen: ‘<em>Aid finances consumption rather than investment.’ </em>Economische en sociale successen in arme landen worden niet bevorderd door steun van het westen maar komen juist van binnenuit, betoogt Easterly, door de inzet van wat hij ‘<em>Searchers’ </em>noemt<em>.</em></p><p><strong>Zoekt en gij zult vinden</strong></p><p>In <em>The White Man’s Burden </em>wordt ontwikkelingswerk in twee groepen ingedeeld: aan de ene kant de voorstanders van de traditionele aanpak van hulp die geloven in Grote Plannen, de ‘<em>Planners’</em> genoemd, en aan de andere kant degenen die een andere, pragmatische aanpak volgen: de ‘<em>Searchers’</em>. Easterly betoogt dat de toekomst bij de <em>Searchers</em> ligt, omdat zij, anders dan <em>Planners</em>, op specifieke taken focussen in plaats van op grote beloftes zoals ‘het einde van de armoede’. <em>Searchers</em> zijn vaak de armen zelf, die al dan niet met hulp van ngo’s op kleine schaal problemen oplossen: niet het einde van de armoede, maar in een gemeenschap zorgen voor een verbetering van de voedselproductie bijvoorbeeld.</p><p>Easterly levert harde kritiek op westerse overheden en ontwikkelingsorganisaties die de politiek of marktwerking van een land proberen te veranderen. ‘Het doel zou moeten zijn: de leefomstandigheden van mensen verbeteren, niet: regeringen of samenlevingen transformeren’, aldus <em>The White Man’s Burden</em>.</p><p><strong>Neem je verantwoordelijkheden</strong></p><p>Het grote probleem met Grote Plannen en een breed scala aan <em>Planners</em> is dat organisaties en overheden onvoldoende verantwoordelijk worden gehouden voor mislukkingen en valse beloftes. Als voorbeeld noemt Easterly de <em>Millennium Development Goals</em> (MDG’s). Het is niet te controleren hoe, door wie en óf de Grote Plannen die hierin beschreven worden daadwerkelijk worden uitgevoerd, ‘en dus kan er niemand verantwoordelijk worden gehouden als de MDG’s niet bereikt worden’.</p><p>Het nemen van verantwoordelijkheden geldt ook voor de projecten die er door ngo’s worden uitgevoerd. Zo beschrijft William Easterly de voorkeur van ontwikkelingsorganisaties om zich op zichtbare resultaten te richten, zoals het bouwen van wegen of scholen. Het onderhouden ervan wordt vervolgens aan de overheid van het betreffende ontwikkelingsland overgelaten, vanuit het idee dat het project dan ‘duurzamer’ is.</p><p>De schrijver van <em>The White Man’s Burden</em> noemt deze aanpak ideologisch en onhaalbaar. Onderhoud en in stand houden van projecten zou juist topprioriteit moeten zijn binnen de ontwikkelingssector, betoogt hij. Incompetente en corrupte overheden nemen het onderhoud niet op zich, wat het positieve effect dat de aanleg van infrastructuur met zich meebrengt teniet doet. Easterly: ‘Er wordt gewerkt naar het onwerkbare doel van ‘duurzaamheid’ (wat betekent dat men nieuwe projecten wil neerzetten én het gedrag van de regering wil aanpassen zodat zij de projecten over kunnen nemen), waardoor de donoren de simpele taken van het behouden van bruikbare wegen, kinderen met studieboeken en klinieken met medicijnen niet uitvoeren.’</p><p><strong>De toekomst </strong></p><p><em>Searchers</em> staan dichter bij de ontvangers van hulp dan <em>Planners</em>, en worden door hen dan ook tot verantwoording geroepen voor hun acties. Volgens Easterly moet er meer verantwoording komen voor wat er gebeurt in de ontwikkelingssector, en mede daarom zou de ‘macht’ in de sector moeten verschuiven van <em>Planners</em> naar <em>Searchers. </em>De auteur schrijft: ‘Om veranderingen te kunnen bewerkstelligen moeten we hulporganisaties ervan overtuigen hun utopische [‘Big Plan’, red] plannen op te geven en zich te richten op kleine projectmatige interventie’.</p><p>&nbsp;</p><p><em>Discussieer mee over de toekomst van het maatschappelijk middenveld op de nieuwsblog ‘<a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/12/nieuwsblog-de-n-van-ngo/">de N van NGO’</a>. </em></p> ]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/the-white-man%e2%80%99s-burden-%e2%80%98laat-je-utopische-dromen-varen%e2%80%99/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Aad van der Meer: ‘Radicale keuzes zijn gewenst’</title>
		<link>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/aad-van-der-meer-%E2%80%98radicale-keuzes-zijn-gewenst%E2%80%99/</link>
		<comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/aad-van-der-meer-%E2%80%98radicale-keuzes-zijn-gewenst%E2%80%99/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 22 Feb 2012 05:00:16 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Aad van der Meer</dc:creator>
				<category><![CDATA[Vice Versa feed]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=20542</guid>
		<description><![CDATA[Volgens Aad van der Meer, senior consultant en voormalig medewerker van ICCO, zijn ontwikkelingsorganisaties bezig met een verkeerde invulling van relaties met hun partnerorganisaties. Hij is het dan ook hartgrondig eens met Willem Elbers’ proefschrift over het management denken van ngo’s. Ngo’s moeten zich richten op capaciteitsversterking en duurzame organisatie, en zich maatschappijkritischer opstellen. <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/02/aad-van-der-meer-%E2%80%98radicale-keuzes-zijn-gewenst%E2%80%99/">Verder lezen <span>&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/02/aad-van-der-meer-%E2%80%98radicale-keuzes-zijn-gewenst%E2%80%99/94_sri-lanka-india-sept-okt-2006-033/" rel="attachment wp-att-20543"><img class="alignleft size-medium wp-image-20543" title="94_Sri Lanka India sept okt 2006 033" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/02/94_Sri-Lanka-India-sept-okt-2006-033-300x225.jpg" alt="" width="300" height="225" /></a>Volgens Aad van der Meer, senior consultant en voormalig medewerker van ICCO, zijn ontwikkelingsorganisaties bezig met een verkeerde invulling van relaties met hun partnerorganisaties. Hij is het dan ook hartgrondig eens met Willem <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/01/managementdenken-botst-met-principes-ontwikkelingsorganisaties/" >Elbers’ proefschrift</a> over het management denken van ngo’s. Ngo’s moeten zich richten op capaciteitsversterking en duurzame organisatie, en zich maatschappijkritischer opstellen.</strong></p><p>Met grote instemming heb ik op de Vice Versa NGO blog het artikel van CIDIN onderzoeker Dr. Willem Elbers gelezen over het inhoudelijk failliet van het managementdenken binnen Internationale Samenwerking. Een failliet dat grote consequenties heeft voor de actoren daarbinnen, met name voor de grote ontwikkelingsorganisaties als Oxfam Novib, Icco, Hivos en Cordaid.</p><p>Zo’n 22 jaar werkte ik bij ICCO als relatiebeheerder India en later Zuidelijk Afrika (Zimbabwe en Swaziland).  Eind 2004 ben ik voor mijzelf begonnen als consultant gericht op duurzame organisatie ontwikkeling, volgens mij de kern van de zaak. Ik heb die keuze gemaakt omdat het me in mijn werk meer en meer duidelijk werd dat we bezig zijn met een verkeerde invulling van de relaties op basis van foute percepties van verhoudingen tot elkaar en het te weinig oog hebben voor culturele verschillen, inclusief denken en kwaliteit.</p><p><strong>Doordenderen</strong></p><p>We denderen maar door vanuit het Westen met eigen trends, voorkeuren en keuzes en leggen die zonder meer op aan onze partnerorganisaties die daar in veel gevallen vlot in mee gaan. Het geld is immers toch allesbepalend en zaligmakend. Zo perverteert een relatie die gericht zou moeten zijn op een samen duurzaam werken aan structurele armoedebestrijding. Een relatie waarin gelijkwaardigheid geldt, waarin naar elkaar geluisterd wordt en beide partners open, eerlijk en op een volwassen manier communiceren. Een relatie ook waarbij kwaliteit een norm zou moeten zijn voor beide partners.</p><p>Het managementdenken heeft deze situatie alleen nog maar verergerd.  Partnerorganisaties, die vaak in een van oudsher orale cultuur opereren, worden gedwongen om alles meetbaar te maken en te objectiveren. Zo worden organisaties gedwongen om de al dan niet geboekte vooruitgang te formuleren in de krappe ruimte van een log frame.</p><p>In veel gevallen wordt dat wel gedaan, maar de grote vraag is voor wie en hoe doorleefd dit allemaal is. Wat doet men met de uitkomsten? Worden die meegenomen in nieuwe planning? Of staat die nieuwe planning gewoon weer op zichzelf?</p><p>Nederlandse ontwikkelingsorganisaties zagen zich gedwongen de richting van managementdenken op te gaan. Geldverstrekkers eisen het en de populistische politieke druk achter de geldverstrekkers versterken die eis. Het is jammer dat men daar de oren naar heeft laten hangen en niet gekozen heeft voor een andere en sterkere vorm van relatie en verantwoording. Een vorm die veel meer authentiek en duurzaam kan worden ingevuld.</p><p><strong>Duurzame organisatie</strong></p><p>In de vele trainingssessies die ik in de afgelopen jaren overzeese NGO’s mocht aanbieden over duurzame organisatie ontwikkeling en goede communicatie kwam de behoefte aan een andere vorm van relatie grootschalig naar boven. Men voelt zich sterk gedomineerd en (bij plotselinge uitfasering of accentverlegging bijvoorbeeld) vaak ook gebruuskeerd door de ‘partner’ in ontwikkeling.</p><p>Maar daar ben je wel zelf bij, geef ik de mensen dan terug. Wees assertief, zeg ik ze. Lever kwaliteit, overtuig je geldverstrekkende partner van het nut van wat je doet. Praat over optimale vormen van rapportage en lerend verantwoorden. Toon aan dat je de interne organisatie op orde hebt, dat je programma’s innovatief, participerend en relevant zijn, dat je de context waarin je werkt beheerst en bereid bent om samen te werken en tenslotte het financiële beheer op orde hebt. Als dit klopt en als je programma’s daardoor grote kans maken hout te snijden en een bijdrage te leveren aan duurzame armoedebestrijding dan heb je zo’n sterk punt naar je geldverstrekkers toe en als je dat ook nog laat stollen in goede rapportage dan kunnen die geldverstrekkers ook tevreden zijn en overtuigend terugrapporteren naar hun donoren.</p><p>Tot zover dit kijkje op mijn bescheiden, maar breed gewaardeerde rol bij structurele capaciteitsversterking via duurzame organisatie ontwikkeling van partnerorganisaties in ontwikkelingslanden.</p><p><strong>Nieuwe stijl</strong></p><p>Het klinkt wellicht wat pedant, maar die kant moeten ontwikkelingsorganisaties in Nederland naar mijn overtuiging ook op.</p><p>Op een inclusieve, empathische maar tegelijk ook assertieve en duidelijke manier moet er samen vorm gegeven worden aan een partnerrelatie nieuwe stijl waarbij de wil om kwaliteit te leveren aan beide de boventoon voert. Capaciteitsversterking nieuwe stijl waarbij MFO’s zelf ook onderdeel van de capaciteitsversterking zijn is daarbij het credo.</p><p>Er moet een nieuwe beweging in gang gezet worden in Ontwikkelingsland. Een in feite acyclische beweging gericht op resultaten via goede relaties en het leveren van kwaliteit en gedegen verantwoording op alle niveaus.</p><p>Tegelijkertijd zullen Nederlandse ontwikkelingsorganisaties veel meer dan nu het geval is zich maatschappijkritischer en cultuurkritischer moeten opstellen. Want alles wat gegeven wordt met één hand kan via verkeerd beleid binnen andere disciplines, bij WTO rondes of handelsministeries weer meer dan teniet gedaan worden.</p><p>Staan voor je eigen mening en stellingname is gewenst. Nederland moet weer voorop gaan lopen in de wereld van Internationale Solidariteit en dat moeten beleidsbepalers horen. Van ontwikkelingsorganisaties  worden daarom radicale keuzes gevraagd.</p><p><strong>In de knel</strong></p><p>Vele honderden miljoenen mensen in de wereld zijn niet bezig met de dekkingsgraad van hun pensioen maar met dagelijks overleven. Anno 2012 is en blijft dat een schande die radicaal aan de kaak gesteld moet worden. Als ontwikkelingsorganisaties dit nalaten verliezen ze hun bestaansrecht.</p><p>Optie twee van Willem Elbers, die een toekomst vertegenwoordigt waarin het bestaansrecht van ontwikkelingsorganisaties gebaseerd zal zijn op hun waardeoriëntatie, hun onafhankelijkheid en hun gepolitiseerde benadering  heeft dus mijn grote sympathie.</p><p>Ik hoop dat de discussie over nieuwe vormen van Internationale Samenwerking door Elbers’ werk sterke impulsen krijgt. Kwaliteitsimpulsen die de verwachte financiële onzekerheid weer teniet kunnen doen. Als ze maar durven en eigen organisaties geen doel op zich laten zijn. Daar zijn de belangen van de mensen in de knel veel te groot voor. En om die belangen te dienen zijn ontwikkelingsorganisaties toch opgericht?</p><p>&nbsp;</p><p><em>Aad van der Meer is senior consultant bij  Meer Mens – advies, organisatie en training (www.meermens.org)</em></p><p>&nbsp;</p><p>&nbsp;</p><p>&nbsp;</p> ]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/aad-van-der-meer-%e2%80%98radicale-keuzes-zijn-gewenst%e2%80%99/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Documentaire EO schokt door racistische uitspraken</title>
		<link>http://www.verspers.nl/index.php?categorie=8&#038;soort=artikel&#038;id=608</link>
		<comments>http://www.verspers.nl/index.php?categorie=8&#038;soort=artikel&#038;id=608#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 21 Feb 2012 23:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>VersPeRSS</dc:creator>
				<category><![CDATA[verspers]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.verspers.nl/index.php?categorie=8&#038;soort=artikel&#038;id=608</guid>
		<description><![CDATA[Documentaire over blanke Zuid-Afrikanen die een guerrillaoorlog voeren tegen de zwarten zorgde voor verontwaardiging en ongeloof.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Documentaire over blanke Zuid-Afrikanen die een guerrillaoorlog voeren tegen de zwarten zorgde voor verontwaardiging en ongeloof.]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.lokaalmondiaal.net/rss-feeds/verspers/documentaire-eo-schokt-door-racistische-uitspraken/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hans Laroes nieuwe voorzitter Dick Scherpenzeel Prijs</title>
		<link>http://www.lokaalmondiaal.net/featured/hans-laroes-nieuwe-voorzitter-dick-scherpenzeel-prijs/</link>
		<comments>http://www.lokaalmondiaal.net/featured/hans-laroes-nieuwe-voorzitter-dick-scherpenzeel-prijs/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 21 Feb 2012 15:22:39 +0000</pubDate>
		<dc:creator>lokaalmondiaal</dc:creator>
				<category><![CDATA[Featured]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuws]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.lokaalmondiaal.net/?p=7183</guid>
		<description><![CDATA[De jury die zich dit jaar zal buigen over de inzendingen voor de Dick Scherpenzeel Prijs, is bijna compleet. Oud NOS Nieuws hoofdredacteur Hans Laroes neemt vanaf dit jaar het voorzitterschap over van journaliste Froukje Santing. ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De <strong><a href="http://www.lokaalmondiaal.net/projecten/dick-scherpenzeel-prijs/jury/">jury</a></strong> die zich dit jaar zal buigen over de inzendingen voor de <a href="http://www.lokaalmondiaal.net/projecten/dick-scherpenzeel-prijs/"><strong>Dick Scherpenzeel Prijs</strong></a> is bijna compleet. Oud NOS Nieuws hoofdredacteur <strong>Hans Laroes </strong>neemt vanaf dit jaar het voorzitterschap over van journaliste Froukje Santing. Naast Froukje Santing heeft vorig jaar ook Ben Rogmans de jury verlaten. De jury voor dit jaar bestaat, naast Hans Laroes, uit <strong>Chris de Bode</strong>, <strong>Hendrien van de Weert</strong>, <strong>Evert Nieuwenhuis</strong>, <strong>Tanja Lubbers</strong> en <strong>Thea Hilhorst</strong>. Lokaalmondiaal is nog op zoek naar een laatste persoon die de jury kan versterken.</p>
<p>Tot <strong>1 maart</strong> kunnen producties worden ingestuurd  die inzicht geven in ontwikkelingsprocessen en niet-westerse landen. Vervolgens wordt op 29 mei in <a href="http://www.dezwijger.nl/">Pakhuis de Zwijger</a> bekendgemaakt wie de prijs voor de <strong>beste journalistieke productie (€7.500) </strong>en de <strong>aanmoedigingsprijs (€1.000) </strong>voor de beste inzender tot en met 25 jaar heeft gewonnen. </p>
<p>Sinds <strong>1975 </strong>wordt de journalistieke prijs uitgereikt ter nagedachtenis aan de Nederlandse journalist <strong>Dick Scherpenzeel</strong>, een pionier op het gebied van buitenlandjournalistiek en berichtgeving over niet-westerse landen. Journalist <strong>Joeri Boom </strong>kwam vorig jaar als winnaar uit de bus met zijn boek ‘Als een nacht met duizend sterren’, over de Nederlandse militaire aanwezigheid in Uruzgan.<br />
Mediaorganisatie <strong>lokaalmondiaal</strong> neemt de uitreiking van de prijs voor haar rekening.</p>
<p>Meer informatie over de jury is<a href="http://www.lokaalmondiaal.net/projecten/dick-scherpenzeel-prijs/jury/"> hier</a> te vinden.<br />
Voor details over de prijs zie deze <a href="http://www.lokaalmondiaal.net/projecten/dick-scherpenzeel-prijs/">link.</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.lokaalmondiaal.net/featured/hans-laroes-nieuwe-voorzitter-dick-scherpenzeel-prijs/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Myriam Vander Stichele: ‘Investeerders zijn geen engeltjes’</title>
		<link>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/myriam-vander-stichele-%E2%80%98investeerders-zijn-geen-engeltjes%E2%80%99/</link>
		<comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/myriam-vander-stichele-%E2%80%98investeerders-zijn-geen-engeltjes%E2%80%99/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 21 Feb 2012 13:00:35 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Esther van Ameijde</dc:creator>
				<category><![CDATA[Vice Versa feed]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=20486</guid>
		<description><![CDATA[Op vrijdag 17 februari organiseerde de Land- en Tuinbouw Organisatie (LTO), de agrarische ondernemersorganisatie, een netwerkbijeenkomst van de sector Noord Internationale Samenwerking over de factoren die invloed hebben op de voedselprijs. De afgelopen jaren zorgde de crisis ervoor dat investeerders en beleggers op zoek gingen naar nieuwe mogelijkheden. Men ging investeren in voedselproducten, ook wel voedselspeculatie genoemd. ‘Mensen hebben honger omdat voedsel onbetaalbaar is geworden. Voedsel is een publiek goed en daar moet je als investeerder van af blijven’, aldus Myriam van der Stichele, spreker bij de bijeenkomst en onderzoekster bij Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO). <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/02/myriam-vander-stichele-%E2%80%98investeerders-zijn-geen-engeltjes%E2%80%99/">Verder lezen <span>&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/02/myriam-vander-stichele-%E2%80%98investeerders-zijn-geen-engeltjes%E2%80%99/default_uitgelicht/" rel="attachment wp-att-20487"><img class="alignleft size-full wp-image-20487" title="default_uitgelicht" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/02/default_uitgelicht.gif" alt="" width="76" height="109" /></a>Op vrijdag 17 februari organiseerde de Land- en Tuinbouw Organisatie (LTO), de agrarische ondernemersorganisatie, een netwerkbijeenkomst van de sector Noord Internationale Samenwerking over de factoren die invloed hebben op de voedselprijs. De afgelopen jaren zorgde de crisis ervoor dat investeerders en beleggers op zoek gingen naar nieuwe mogelijkheden. Men ging speculeren in voedselproducten. ‘Mensen hebben honger omdat voedsel onbetaalbaar is geworden. Voedsel is een publiek goed en daar moet je als investeerder van af blijven’, aldus Myriam Vander Stichele, spreker bij de bijeenkomst en onderzoekster bij Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (<a href="http://somo.nl">SOMO</a>).</strong></p><p>Tijdens de bijeenkomst gaf Myriam Vander Stichele, onderzoekster bij SOMO, een inleiding over financiële investeringen in voedseltermijnmarkten. SOMO, een onafhankelijke <em>not-for-profit</em> onderzoeks- en netwerkorganisatie, doet nu een aantal jaren onderzoek naar de actieve actoren in het wereldwijde probleem van voedselspeculatie.</p><p>Vander Stichele legde uit dat een boer garantie wil voor de prijs voor zijn landbouwproduct. Daarom sluit hij contracten af met bedrijven die een vaste prijs kunnen garanderen. Deze ontwikkeling naar prijszekerheid zorgde voor de opzet van termijnmarkten (contracten die worden afgesloten om een product op een vaste datum tegen een vooraf bepaalde prijs af te nemen, red). Termijnmarkten zijn in de eerste plaats bedoeld om het risico op fluctuerende prijzen van landbouwproducten laag te houden. ‘Het speculeren met voedsel zorgt echter juist weer voor instabiliteit in de landbouwmarkt. Door speculeren gaan de prijzen van voedsel schommelen.’</p><p><strong>Nieuwe spelers</strong></p><p>Myriam van der Stichele: ‘Vanwege nieuwe actoren op de voedselmarkt bestaan contracten van termijnmarkten niet meer alleen tussen boer en eindgebruiker (zoals bijvoorbeeld Unielever), maar worden deze nu ook door banken (o.a. Rabobank), pensioenfondsen en multinationals verkocht en verhandeld. Dit gebeurt zowel op de beurs als achter gesloten deuren.’ Hierdoor is de transparantie bij de verkoop van contracten verdwenen, aldus Vander Stichele. ‘Er is vrijwel geen zicht op hoeveel contracten worden verkocht en door wie. Bovendien ontbreekt het aan regelgeving op termijnmarkten.’</p><p>Vander Stichele stelt dat er steeds meer bedrijven (waaronder <em>Goldman Sachs</em><em>)</em>, banken en pensioensfondsen zijn gaan investeren in voedsel. Hierdoor zijn steeds meer contracten opgezet, die op hun beurt frequenter worden opgekocht. ‘Hoe meer er wordt geïnvesteerd, hoe meer er wordt opgekocht’, zegt Vander Stichele. Door de toenemende vraag naar deze contracten zijn de voedselprijzen gestegen. ‘Er worden echter steeds meer contracten opgekocht zonder dat men kijkt naar wat er gebeurt op de markt. Banken en pensioenfondsen investeren zonder kennis te hebben van de landbouw. Hierdoor zijn de prijzen enorm gaan stijgen, en (de markt) onberekenbaar geworden. Bovendien worden er niet alleen contracten gekocht en verkocht, maar kopen investeerders zelf ook producten op.’</p><p><strong>Negatieve effecten</strong></p><p>Volgens Vander Stichele heeft deze praktijk negatieve effecten in ontwikkelingslanden. ‘Arme landen hebben maar weinig middelen om de prijs van voedsel te bepalen. Veel arme landen hebben geen toegang tot landbouwgrond en moeten voedsel importeren.’ Vanwege de onstabiele voedselprijs weten landen niet wanneer het verstandig is om producten te kopen.</p><p>‘Dit betekent dat ontwikkelingslanden vaak veel te veel moeten betalen voor producten. De producten worden doorverkocht aan supermarkten ter plaatse, waardoor uiteindelijk de consument een te hoge prijs betaalt. Mensen hebben honger omdat voedsel onbetaalbaar is geworden. Voedsel is een publiek goed en daar moet je als investeerder vanaf blijven.’</p><p>‘Ontwikkelingsorganisaties kampen met hetzelfde probleem. Er is te weinig informatie over wat er gebeurt op de landbouwmarkt. Organisaties als de VN kopen voedsel op voor bijvoorbeeld noodhulp en willen ook de laagste prijs betalen. Door het effect van speculatie op de voedselprijs is het geven van noodhulp soms onbetaalbaar.’</p><p><strong>Oplossingen</strong></p><p>Aan het einde van haar betoog noemde Vander Stichele een drietal oplossingen voor het probleem van voedselspeculatie. Zij vindt dat regeringen moeten ingrijpen door het toepassen van regelgeving op termijnmarkten. Dit moet het volgende inhouden: ‘Er moet meer transparantie komen, het probleem moet een duidelijke definitie krijgen en er moeten limieten komen op financiële speculatie van voedsel. Het probleem moet echter wel eerst erkend worden. Bewustwording is op dit moment dus de grootse zorg.’</p><p><strong>Landje pik</strong></p><p>Voedselspeculatie is verwant aan een ander probleem dat werd besproken tijdens de LTO bijeenkomst, namelijk dat van <em>land grabbing </em>(het opkopen of verpachten van grote stukken landbouwgrond in ontwikkelingslanden door nationale en transnationale bedrijven, overheden en individuen). Vander Stichele zei dat een deel van dezelfde financiële actoren die speculeren op de voedselmarkt, dat ook doen in de keten van <em>land grabbing</em>. Hierdoor krijgen voedselspeculanten internationale invloed op de verdeling van landbouwgrond waardoor zij eerder weten wat er speelt op de markt. Zij kunnen daarom nog meer invloed uitoefenen op de landbouwmarkt. ‘Wat hiervan het gevolg gaat zijn is onbekend. Willen financiële actoren alleen maar winst maken of zullen zij ook aandacht besteden aan duurzame productie?’</p><p>De tweede spreker op de bijeenkomst, Oane Visser, is assistent professor aan de Radboud Universiteit van Nijmegen en heeft onderzoek gedaan naar het fenomeen <em>land grabbing</em>. ‘Het proces van <em>land grabbing</em> is bijna niet bij te houden. Er zijn verschillende motieven waarom investeerders, voornamelijk bedrijven, land opkopen. Voor de voedselzekerheid van eigen bevolking (denk aan China), voor biobrandstoffen, commerciële belangen en omdat er vraag is naar voedsel dat uit andere regio’s afkomstig is. Hiervoor is landbouwgrond nodig.’</p><p><strong>Gevolgen  </strong></p><p>Visser ging in op de effecten van <em>land grabbing</em> en specificeerde zich op Oost-Europa, met name Rusland en Oekraïne. Volgens hem is dit een regio die vaak over het hoofd wordt gezien: ‘Investeerders die land opkopen hebben vaak geen kennis van landbouw, wat negatieve ecologische gevolgen heeft. Er wordt namelijk vaak maar één product verbouwd. Bovendien zijn er financiële actoren die illegaal aan landbouwgrond proberen te komen. Hierdoor broeien er conflicten op. Het speelveld is namelijk heel ongelijk: voor een boer is het veel moeilijker om aan land te komen en producten te verkopen dan voor een multinational’, aldus Oane Visser.</p><p>De assistent professor uit Nijmegen benadrukte ook dat veel illegale kopers onbetrouwbare investeerders zijn: ‘Ze denken vanuit eigen belang en houden geen rekening met de mensen die er wonen. Hierdoor wordt sociale structuur in stand gehouden, vallen er ontslagen, ontstaan er conflicten en trekken de mensen massaal naar de steden, waar werkgelegenheid ook beperkt is.’</p><p><strong>Ingrijpen?</strong></p><p>Er bestaat maar weinig motivatie om het probleem aan te pakken, aldus Visser. ‘<em>Land grabbing </em>levert kapitaal op die enorme productiegroei kan geven. Daarnaast introduceren investeerders nieuwe technologie met als gevolg salarisverhoging. Bovendien heeft de financiële wereld zoveel macht en is zij zo complex dat mensen niet in opstand komen. Al zie je wel steeds meer boerenbewegingen samenkomen om tegenwicht te bieden.’</p><p>Vander Stichele: ‘Eigenlijk zou er weer helemaal anders geïnvesteerd moeten worden, omdat investeerders in hun eigen staart bijten vanwege hun gebrek aan kennis over de landbouw.’ Visser: <strong> </strong>‘De<strong> </strong>landbouwmarkt kan niet worden beheersd met geld en techniek. Als het besef van de  belang van kennis doordringt, kan er iets gaan veranderen.’<em></em></p><p><em>Lees hier de <a href="http://somo.nl/publications-nl/Publication_3726-nl">publicatie van het onderzoek</a> van M. Vander Stichele en R. van Tilburg.</em></p><p>&nbsp;</p> ]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/myriam-vander-stichele-%e2%80%98investeerders-zijn-geen-engeltjes%e2%80%99/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>‘Karimi speelt in op de politieke dagkoersen van dit kabinet’</title>
		<link>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/%E2%80%98karimi-speelt-in-op-de-politieke-dagkoersen-van-dit-kabinet%E2%80%99/</link>
		<comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/%E2%80%98karimi-speelt-in-op-de-politieke-dagkoersen-van-dit-kabinet%E2%80%99/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 21 Feb 2012 05:00:10 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Paul Hassing</dc:creator>
				<category><![CDATA[Vice Versa feed]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=20433</guid>
		<description><![CDATA[Anderhalve week geleden leverde Farah Karimi een uitgebreide bijdrage op deze site aan het debat, waarin ze inging op het non-paper van staatssecretaris Knapen. Voormalig topambtenaar van Buitenlandse Zaken, Paul Hassing, is het met veel punten niet eens en levert stevige kritiek op de argumentatie van de directeur van Oxfam Novib. ‘Het heeft er veel van weg dat Karimi hier de risico’s van de internationale ontwikkelingen eenzijdig benadrukt om vooral een rol te claimen voor haar eigen organisatie. Begrijpelijk maar daarmee nog niet geloofwaardig.’ <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/02/%E2%80%98karimi-speelt-in-op-de-politieke-dagkoersen-van-dit-kabinet%E2%80%99/">Verder lezen <span>&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><img class="alignleft size-full wp-image-10405" title="Paul Hassing" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2011/03/safe_image.php_.jpg" alt="" width="150" height="135" />Anderhalve week geleden</strong> <strong>leverde Farah Karimi <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/02/reactie-farah-karimi-goede-buren-verre-vrienden/">een uitgebreide bijdrage op deze site aan het debat</a>, waarin ze inging op het non-paper van staatssecretaris Knapen. Voormalig topambtenaar van Buitenlandse Zaken, Paul Hassing, is het met veel punten niet eens en levert stevige kritiek op de argumentatie van de directeur van Oxfam Novib.</strong> <strong>‘Het heeft er veel van weg dat Karimi hier de risico’s van de internationale ontwikkelingen eenzijdig benadrukt om vooral een rol te claimen voor haar eigen organisatie. Begrijpelijk maar daarmee nog niet geloofwaardig.’</strong></p><p><em>Door Paul Hassing</em></p><p>Farah Karimi levert met <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/02/reactie-farah-karimi-goede-buren-verre-vrienden/">haar stuk</a> een bijdrage aan het debat over de nieuwe rol van maatschappelijke organisaties in een veranderende wereld. Ze reageert op de 5 trends van staatssecretaris Knapen en voegt er zelf nog een aan toe. Bij elk van deze trends kunnen kritische kanttekeningen worden geplaatst.</p><ol start="1"><li><strong>Grotere ongelijkheid en schaarste</strong></li></ol><p>Karimi stelt dat de lokale en internationale zeggenschap met name over voedsel en water het heftigst gevoerd zal worden. Maar ze geeft niet aan waarop dat gebaseerd is. Zo vinden de UNDP en de OESO dat er voldoende voedsel geproduceerd kan worden tot 2050. Hoezo heftigst! Het lijkt erop dat er van een structurele prijsstijging van voedsel sinds 2008 sprake is, gepaard gaande met grote fluctuaties. De groep mensen die daar het meeste onder geleden hebben (de 20% met laagste inkomen die 70% van hun inkomen aan voedsel moeten besteden) zijn de arme sloebers in de slums van de grotere steden die meer voor hun eten moeten betalen terwijl zij beduidend minder mogelijkheden hebben om hun inkomen op korte termijn te vergroten.</p><p>Het zijn dus niet zozeer de kleine boeren, zoals Karimi beweert, maar de arme stedelingen. Maar het is natuurlijk een goed recht van een maatschappelijke organisatie als Oxfam Novib om te kiezen voor de kleine voedselproducenten.</p><p>Dat de zeggenschap over water ook het heftigst gevoerd zou worden, valt eveneens te betwijfelen. Vergeleken met de strijd om de zeggenschap over bijvoorbeeld de olie en gasvoorraden en toegang tot internet, kan men deze opmerkingen van Karimi in twijfel trekken. Natuurlijk, meer dan een miljard mensen hebben geen toegang tot veilig drinkwater en goede sanitatie. Maar de ontwikkelingen in de energiesector hebben een veel grotere (directe en indirecte) impact op armen dan die in de watersector.</p><p>Hiermee wil ik geen pleidooi houden voor een exit voor water, maar het gaat in het debat toch allereerst om de hardheid van de argumenten. En water is grotendeels nog steeds een nationale aangelegenheid met een beperkte regionale afstemming (stroomgebeid) en kan dus op nationaal en regionaal niveau worden opgelost. Het is niet aannemelijk dat er binnenkort grote bulkschepen met vers water van Nederland naar Somalië varen. Daarvoor is bijvoorbeeld het ontzouten van zeewater veel goedkoper.</p><p>Waarom verwijst Karimi dan naar deze twee sectoren in haar betoog? Het lijkt erop dat ze vooral wil aangeven dat het Nederlandse ontwikkelingsbeleid het maatschappelijke middenveld nodig heeft om duurzaamheid en sociale gerechtigheid te garanderen. Laat ik nou altijd gedacht hebben dat het maatschappelijke middenveld er zowel in Nederland als in ontwikkelingslanden vooral is om tegenmacht te organiseren, tegenmacht voor de macht van de overheid en het bedrijfsleven. Het betoog van Karimi heeft veel weg van het zoeken naar argumenten om aan te sluiten bij het huidige Nederlandse beleid en daardoor een MFS III mogelijk te maken. In het debat gaat het om een visie op de langere termijn en het huidige beleid van Knapen is waarschijnlijk van voorbijgaande aard.</p><ol start="2"><li><strong>Mensenrechtendiscours</strong></li></ol><p>Karimi valt terug op het oude adagium dat waar samenwerking tussen overheden niet mogelijk is, Nederlandse medefinancieringsorganisaties bij uitstek in staat zijn samenwerkingsverbanden (tussen burgers) te steunen. Was dat werkelijk de praktijk van het werk van de medefinancieringsorganisaties in het verleden? Natuurlijk hebben maatschappelijke organisaties een rol gespeeld bij het tot stand komen van allerlei internationale verdragen en het aankaarten van nationale kwesties. Men kan zelfs aannemelijk maken dat zonder hun inzet deze verdragen misschien wel niet tot stand waren gekomen. Maar deze organisaties werken ook in landen waar sprake is van een brede bilaterale samenwerking met Nederland, zoals bijvoorbeeld met Mozambique.</p><p>De ethische rechtvaardiging van het maatschappelijke middenveld om daar te interveniëren is mede gebaseerd op het niet aanwezig zijn van de overheid of omdat de overheid of het bedrijfsleven niet capabel zou zijn. En dus worden drinkwater en landbouw voorlichtingsprogramma’s gesteund. Zaken die de facto een publiekelijk karakter hebben en door de interventies van deze organisaties uit de publieke sfeer worden gehaald en tot hun werkterrein worden gemaakt. In combinatie met hogere salarissen vormen zij een concurrent met de publieke sector en bedrijfsleven. Was dat de bedoeling?</p><p>Karimi klaagt over de beperkingen die sociale bewegingen worden opgelegd in ontwikkelingslanden. Dat speelt zeker. Maar zij lijkt uit het oog te verliezen dat het aantal sociale bewegingen in ontwikkelingslanden de laatste 25 jaar exponentieel is toegenomen en daarmee de invloed van het buitenland op het reilen en zeilen van soevereine nationale staten. Het WRR rapport was hier duidelijk over: De meeste sociale bewegingen zijn er gekomen omdat de noordelijke Ngo’s een counterpart nodig hadden in ontwikkelingslanden. Ik ben een groot voorstander van een maatschappelijk middenveld in ontwikkelingslanden die basale rechten en politieke vraagstukken aan de orde stelt en tegenmacht ontwikkelt tegen de machtigen, tegen zij die macht uitoefenen. Maar klagen over bewegingsvrijheid dient wel in het juiste perspectief geplaatst te worden. Dat laat Karimi na.</p><ol start="3"><li><strong>Tanende rol van Nederland en EU</strong></li></ol><p>Ik ben het Karimi eens dat de Nederlandse wortels van de ontwikkelingsorganisaties gekoesterd moeten worden. Het ligt voor de hand dat Knapen dit Nederlands karakter vooral ter discussie wil stellen met in zijn achterhoofd het verminderen van de subsidie. Maar Karimi overdrijft als zij de Groene Sint en de Eerlijke Bankwijzer opvoert als goede voorbeelden om ook hier in Nederland duurzaamheid en gerechtigheid te willen bevorderen. Ook voor haar organisatie is coherentie van beleid ondergeschikt aan interventies in ontwikkelingslanden. De meeste mensen en middelen gaan naar projecten en programma’s in ontwikkelingslanden, terwijl het debat over ontwikkelingssamenwerking in Nederland en wat de burger er hier dagelijks aan kan doen (coherentie), niet echt van de grond komt.</p><p>Ik heb in een eerder stuk in Vice Versa on line hier geprobeerd een lans voor te breken maar het blijft opvallend stil. We willen blijkbaar nog steeds het liefste dingen daar oppakken en hier in onschuld onze handen wassen. Is het dan zo moeilijk om met de mondiale burger in discussie te gaan dat verandering van beleid hier meer zoden aan de dijk zet dan interventies daar. En ligt onze mondiale verantwoordelijkheid niet allereerst hier: in eigen huis de zaak op orde stellen?</p><ol start="4"><li><strong>Opkomst nieuwe donoren</strong></li></ol><p>Karimi biedt aan om de overheid te helpen de effectiviteit van de hulp van de nieuwe donoren te vergroten omdat zij van mening is dat Oxfam Novib betere relaties heeft met de nieuwe donoren, daar verder mee is dan de Nederlandse overheid. Waarop die boute bewering gestoeld is laat zij verder in het midden. Ik zie het al voor me dat China en India luistert naar Oxfam Novib over hoe ze hun effectiviteit in Afrika kunnen verbeteren. Oxfam kan blijkbaar hulp bieden!</p><p>Schoenmaker houd je bij je leest, lijkt hier eerder van toepassing. China, India en Brazilië komen in verschillende internationale fora EU lidstaten tegen waar direct of indirect gesproken wordt over internationale samenwerking. Maar China praat ook separaat met Afrika, net zoals de EU separaat met Afrika praat. En dat vindt zijn oorsprong in de verschillende belangen die de EU en China hebben met Afrika en de verschillende mogelijkheden die Afrika ziet in de samenwerking met de EU en China. Dat beseffen de Afrikanen heel goed en daar maken ze handig gebruik van. Geef ze eens ongelijk. Het gaat niet zozeer over effectiviteit van de hulp, zoals Karimi ons wil doen geloven, maar om het veiligstellen van politieke belangen over en weer.</p><ol start="5"><li><strong>De opkomst van het MVO denken</strong></li></ol><p>Volgens Karimi dwingt de groeiende schaarste aan grondstoffen en energie tot duurzaamheid om de winstgevendheid veilig te stellen. Ze ziet positieve ontwikkelingen en een rol voor haar organisatie. Echter, zolang de mensheid bestaat is er schaarste aan grondstoffen en energie geweest. Karimi heeft gelijk als zij bedoelt dat er nu meer vraag naar grondstoffen en energie is door de economische groei in opkomende landen zoals China, India en Brazilië. Maar een grotere vraag leidt in eerste instantie naar hogere prijzen, het zoeken naar nieuwe voorraden, het recyclen van materialen vanwege kosteneffectiviteit, het zuiniger omgaan met de grondstoffen en het ontwikkelen van alternatieven. Het aantal bedrijven dat vanwege deze schaarste voor echte duurzaamheid kiest, is helaas nog klein, hoewel deze groeiende is.</p><p>In Nederland bestaat steeds meer scepsis over de impact van MVO omdat het vaak acties betreft aan de marge van een onderneming en niet leidt tot fundamentele veranderingen in het productieproces. Het gaat mij er niet om de bestaande ontwikkelingen naar duurzaamheid te bagatelliseren of af te doen als niet relevant. Maar het lijkt me een veilige conclusie dat met de economische groei in Afrika, China, India en Brazilië de (mondiale) duurzaamheid niet bepaald is toegenomen. Het gaat nog steeds bergafwaarts ondanks de hoopgevende partnerschappen. Er moet veel meer gebeuren dan deelnemen aan partnerschappen. Daar hoor ik Karimi niet over.</p><p><strong>Global governance gap</strong></p><p>Karimi eindigt haar bijdrage aan het debat met de constatering dat er een global governance gap is en dat sterke internationale organisaties zoals Oxfam Novib, een belangrijke rol kunnen spelen complementair aan de Nederlandse overheid: soms als een goede buur dan weer als een verre vriend. Is dit iets nieuws? Zolang ik mij kan herinneren is er sprake van een global governance gap. Destijds, na de Tweede Wereldoorlog, werden organisaties als de VN, Wereldbank en IMF daarvoor opgericht. Nu is er de G20 bijgekomen en een groot aantal internationale verdragen. De EU is tot ontwikkeling gekomen, op een wijze die 20 jaar geleden niet voor mogelijk werd gehouden, ook al is er nu een eurocrisis. Er bestaan allerlei internationale brancheverenigingen voor het bedrijfsleven en vakbonden. Kortom, het heeft er veel van weg dat Karimi hier de risico’s van de internationale ontwikkelingen eenzijdig benadrukt om vooral een rol te claimen voor haar eigen organisatie. Begrijpelijk maar daarmee nog niet geloofwaardig.</p><p>Maar de vraag die Karimi echt vergeten is te stellen, is wat de mondiale Nederlandse burger vandaag de dag belangrijk vindt en hoe daarop in te spelen. Of nog een stapje verder …waarin de mondiale burger geïnformeerd zou moeten en willen worden om de wereld eerlijker en rechtvaardiger te maken. Haar bijdrage is nu vooral gericht op de overheid en zijdelings op het bedrijfsleven. De mondiale wereldburger wil tegenmacht kunnen uitoefenen buiten de formele democratische structuren om, tegen de machten die de burger negeren. Karimi lijkt nu vooral in te spelen op de politieke dagkoersen van dit kabinet. Daarmee doet ze het debat tekort.</p> ]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/%e2%80%98karimi-speelt-in-op-de-politieke-dagkoersen-van-dit-kabinet%e2%80%99/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8216;Ik zag nog net dat mijn huis werd weggespoeld door de tsunami&#8217; (2)</title>
		<link>http://www.verspers.nl/index.php?categorie=4&#038;soort=artikel&#038;id=605</link>
		<comments>http://www.verspers.nl/index.php?categorie=4&#038;soort=artikel&#038;id=605#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 20 Feb 2012 23:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>VersPeRSS</dc:creator>
				<category><![CDATA[verspers]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.verspers.nl/index.php?categorie=4&#038;soort=artikel&#038;id=605</guid>
		<description><![CDATA[Hoe tonen Japanners hun emoties na een allesverwoestende aardbeving en tsunami? World Vision tekende hun verhalen op. ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[Hoe tonen Japanners hun emoties na een allesverwoestende aardbeving en tsunami? World Vision tekende hun verhalen op. ]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.lokaalmondiaal.net/rss-feeds/verspers/ik-zag-nog-net-dat-mijn-huis-werd-weggespoeld-door-de-tsunami-2/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Nieuwe Vice Versa: Evaluatie MFS-2: ‘Gemiste kansen’</title>
		<link>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/evaluatie-mfs-2-%E2%80%98gemiste-kansen%E2%80%99/</link>
		<comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/evaluatie-mfs-2-%E2%80%98gemiste-kansen%E2%80%99/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 20 Feb 2012 14:30:56 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen Aerts</dc:creator>
				<category><![CDATA[Vice Versa feed]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=20461</guid>
		<description><![CDATA[De gezamenlijke evaluatie van het Medefinancieringsstelsel (MFS-2) is nu al omstreden, terwijl de eerste meting nog moet beginnen. Met name bij de projectevaluatie worden vraagtekens gezet.  <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/02/evaluatie-mfs-2-%E2%80%98gemiste-kansen%E2%80%99/">Verder lezen <span>&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><img class="alignleft size-medium wp-image-20476" title="COVER VICE VERSA NUMMER 1" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/02/COVER-VICE-VERSA-NUMMER-1-216x300.jpg" alt="" width="216" height="300" />De gezamenlijke evaluatie van het Medefinancieringsstelsel (MFS-2) is nu al omstreden, terwijl de eerste meting nog moet beginnen. Met name bij de projectevaluatie worden vraagtekens gezet. </strong></p><p>Mijn zware tas komt met een doffe plof neer op de blauwe vloer van het kantoor van Huib Huyse in Leuven. Huyse is hoofd van de onderzoeksgroep ontwikkelingssamenwerking aan de Katholieke Universiteit Leuven. De Belgische onderzoeker volgt de evaluatie van het MFS-2 al een tijdje en plaatst kanttekeningen bij de aanpak. In maart 2011 verdedigde hij een proefschrift aan de Universiteit van Sussex over de uitdagingen die ontwikkelingsorganisaties hebben op het vlak van monitoring en evaluatie. Als evaluator is hij actief in zowel Nederland als België.</p><p>In de tas die ik uit Nederland heb meegenomen zit een map met zeshonderd pagina’s informatie over de evaluatie. De info is geplukt van de website van de Nederlands Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), die de kwaliteit van de evaluatie moet waarborgen. Via de website van NWO konden onderzoeksteams uit de hele wereld informatie krijgen over de evaluatie en een onderzoeksvoorstel indienen.</p><p><strong>Controlegroepen</strong></p><p>‘Ik volg nu al een tijdje het Nederlandse debat rondom de evaluatie van MFS-2’, stelt Huyse. Dit debat gaat terug tot 1 november 2010, toen het ministerie van Buitenlandse Zaken (BuZa) de eisen voor monitoring en evaluatie van MFS-2 bekend maakte aan de organisaties die geld krijgen uit dit stelsel. Het gaat om in totaal 20 allianties van 60 organisaties. Van hen wordt verwacht dat zij de situatie vóór (een zogenaamde 0-meting) en na (een 1-meting) een programma onderzoeken en deze met elkaar vergelijken. Ook moeten organisaties gebruikmaken van controlegroepen, waarbij een groep die geen hulp ontvangt wordt vergeleken met een groep die wel hulp ontvangt. Negentien van de twintig allianties hebben besloten om deze evaluatie gezamenlijk uit te voeren.</p><p>In het artikel ‘Actal-rapport geeft ngo’s gelijk: Regeldruk MFS-2 is overdreven’ in <em>Vice Versa </em> van september vorig jaar kwamen de eisen die het ministerie stelde al aan bod. Volgens Bram van Ojik, directeur van de Directie Sociale Ontwikkeling (DSO) van het ministerie, was de invulling van de eisen ‘na intensief overleg tot stand gekomen’. Alexander Kohnstamm van bracheorganisatie Partos had echter een ander verhaal: ‘Toen de evaluatie-eisen al een feit waren, was er inderdaad ruimte voor overleg over de uitvoering, maar van onze protesten voor die tijd trok het ministerie zich niets aan.’</p><p><strong>Paar stappen verder</strong></p><p>Inmiddels zijn we een paar stappen verder. De evaluaties worden verdeeld onder acht onderzoeksteams, één per land. De landen waarin geëvalueerd zal worden zijn Congo, Bangladesh, Ethiopië, India, Indonesië, Liberia, Pakistan en Oeganda. De teams evalueren in totaal zestig ontwikkelingsprojecten in deze landen. Deze zestig projecten vormen samen het eerste van de in totaal vier ‘resultaatgebieden’ die zullen worden geëvalueerd. Naast de projecten worden ook de resultaatgebieden capaciteitsopbouw van partners, versterking van het maatschappelijk middenveld, en internationale lobby en advocacy gemeten.</p><p>De kritiek van Huyse richt zich op de gehanteerde methode van evalueren van de ontwikkelingsprojecten – niet op die van de overige drie resultaatgebieden. Huyse: ‘De organisaties benadrukken in essentie dat de methode een <em>at random</em> representatieve steekproef doet, en dat je daarmee gegarandeerd uitspraken kunt doen over alle MFS-2 projecten.’ Voor de steekproef zijn alle projecten in de gekozen acht landen onderverdeeld in acht thema’s, zoals goed bestuur, fragiele staten en de verschillende Millenniumdoelen. Om tot een representatief totaalbeeld te komen, zijn de projecten vervolgens willekeurig geselecteerd, waarbij van elke alliantie en elk thema minstens één project in de steekproef werd opgenomen.</p><p><strong>Masochistisch</strong></p><p>Kan men op basis van deze aanpak echter wel uitspraken doen over het enorme pakket van MFS-2-projecten? Onderzoeker Huyse stelt daar een aantal vraagtekens bij: ‘De projecten in de steekproef zijn vooraf al bekendgemaakt aan de onderzoeksteams. Organisaties weten dat de toekomstige financiering in een nieuw subsidiestelsel mogelijk afhangt van de uitkomst van de evaluatie. Het zou masochistisch zijn van de betrokken ngo’s en hun partners in het Zuiden om de geselecteerde projecten niet meer aandacht te geven dan niet-geëvalueerde projecten. Dit kunnen ze bijvoorbeeld doen door hun beste mensen op deze projecten te zetten. Hierdoor worden de projecten onderling minder vergelijkbaar.’</p><p>Huyse gaat verder: ‘De onderzoekers gaan tijdens de 0-meting in gesprek met wie bij de projecten betrokken is. Als onderzoeker wil je namelijk precies weten wat je meet en praat je hierover met de projectmedewerkers. Uit eigen ervaring weet ik dat deze interactie leereffecten met zich meebrengt, want onderzoekers hebben vaak veel expertise op zak. De medewerkers gaan op een andere manier over het project nadenken en stilstaan bij waar ze mee bezig zijn. Als project zou het onethisch zijn om hier niets mee te doen. Deze projecten worden hierdoor minder vergelijkbaar met de niet-geëvalueerde projecten.’</p><p><strong>Dat zou je denken<br /> </strong></p><p>In Nederland ga ik te rade bij Cordaid in Den Haag, waar Rens Rutten als evaluatiemanager werkt. De afgelopen jaren is zij bekend geraakt met deze methodiek door een pilot van Cordaid met zes ontwikkelingsinterventies. Ik leg een van de kanttekeningen van Huib Huyse aan haar voor. Gaat Cordaid extra aandacht besteden aan de projecten die in het kader van MFS-2 geëvalueerd zullen worden?</p><p>‘Grappig, dat zou je inderdaad denken’, antwoordt Rutten. ‘Maar in de praktijk doen we dat niet. We kunnen niet eens meer geld aan deze projecten besteden, want dat staat allemaal al vast in contracten met projecten. Daarnaast worden een aantal van de geselecteerde projecten voor de evaluatie misschien volgend jaar afgebouwd, bijvoorbeeld omdat de contracten aflopen met de partner. We zetten dus niet extra in op de geëvalueerde interventies.’</p><p><em>Het hele artikel lezen, met nog meer kritiek van Huyse op de evaluatiemethode en de ervaringen van Rens Rutten met de methodiek?  Kijk in de nieuwe Vice Versa die deze week verschijnt. Neem een <a href="http://www.viceversaonline.nl/abonneren-op-viceversa/">abonnement</a>.</em></p> ]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/evaluatie-mfs-2-%e2%80%98gemiste-kansen%e2%80%99/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Maarten Schinkel over ontwikkelingshulp: helder betoog maar merkwaardige conclusie</title>
		<link>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/maarten-schinkel-over-ontwikkelingshulp-helder-betoog-maar-merkwaardige-conclusie/</link>
		<comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/maarten-schinkel-over-ontwikkelingshulp-helder-betoog-maar-merkwaardige-conclusie/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 20 Feb 2012 12:08:17 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jack van Ham</dc:creator>
				<category><![CDATA[Vice Versa feed]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=20468</guid>
		<description><![CDATA[Afgelopen vrijdag schreef NRC columnist Maarten Schinkel een prikkelende column over ontwikkelingssamenwerking. Hoewel Schinkel de toon die Wilders in het debat inneemt te ver vindt gaan, vindt hij een fundamenteel debat over bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking wel noodzakelijk. Voormalig ICCO-directeur Jack van Ham reageert. <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/02/maarten-schinkel-over-ontwikkelingshulp-helder-betoog-maar-merkwaardige-conclusie/">Verder lezen <span>&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><img class="alignleft size-full wp-image-10745" title="jack van ham" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2011/03/jack-van-ham.bmp" alt="" />Afgelopen vrijdag schreef NRC columnist Maarten Schinkel een <a href="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/02/Maarten-Schinkel.pdf">prikkelende column</a> over ontwikkelingssamenwerking. Hoewel Schinkel de toon die Wilders in het debat inneemt te ver vindt gaan, vindt hij een fundamenteel debat over bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking wel noodzakelijk. Voormalig ICCO-directeur Jack van Ham reageert.</strong></p><p><em>Door Jack van Ham</em></p><p>Graag mag ik de bijdragen van Maarten Schinkel in het NRC katern Economie lezen. Voor een niet deskundige op financiële en pensioenmarkten (wie is dat nog wel?) lezen zijn betogen en stukjes als een speer. Hij weet de gevoeligheden te duiden, uit te leggen en legt de vinger op de vele zere en tere plekken die deze markten hebben voortgebracht. Vaak een opluchting tussen het bombardement van analyses, cryptische uitleg en ondoorgrondelijke verhalen.</p><p>Afgelopen vrijdag ging het over ontwikkelingshulp.‘Hoe de globalisering het vloerkleed onder ontwikkelingshulp wegtrekt.’ Ook hier is hij helder en analyseert hij scherp door de bocht hoe geleidelijk het draagvlak onder ontwikkelingssamenwerking, toch decennia lang het stille compromis over links en rechts in de toen nog fatsoenlijke Nederlandse politiek, wordt onderuit getrokken. En min of meer terecht, althans volgens Maarten.</p><p>Door globalisering worden steeds meer oorspronkelijke ontwikkelingslanden rijk en is het probleem meer verschoven van arm land naar arme burgers die door falende herverdeling binnen landen niet mee kunnen profiteren van de nieuwe rijkdom. Dat doen voornamelijk de nieuwe elites en middenklasse. De zorg, aldus de redenering van Maarten, voor de armen (1 tot 2 dollar per dag) wordt overgelaten aan de rijke westerse landen met hun ontwikkelingsmoraal en geld. Hij heeft een punt, een sterk punt zelfs. Zelf pleit ik er al jaren voor om de herverdelingsproblematiek en corruptiebestrijding heel hoog op de ontwikkelingsagenda te zetten.</p><p>Tot zover kan ik meewandelen met Maarten. Bij zijn conclusies heb ik meer vraagtekens. Zijn conclusie dat als het verschil tussen traditioneel rijke en arme landen afneemt, en het verschil binnen rijke landen toeneemt, de noodzaak toeneemt om het ontwikkelingsgeld in te zetten voor de eigen arme bevolkingsgroepen, is toch wat merkwaardig. Eens ben ik het met zijn conclusie dat ontwikkelingsgeld niet naar landen dient te gaan waar het vooral de herverdeling is die moet worden aangepakt. Dat we daar de arme bevolkingsgroepen een steuntje in de rug zouden kunnen geven, laat ik even buiten beschouwing. De rijken en middenklasse dienen hier zelf hun verantwoordelijkheid te nemen.</p><p>Dat dat hergewonnen geld moet worden ingezet om de armen in rijke landen te helpen, vind ik een wat merkwaardige conclusie. De rijkdom van de in het Westen wonende elite is de afgelopen decennia astronomisch opgelopen. Voor het oplossen van die herverdelingsproblematiek moet je geen ontwikkelingsgeld inzetten, maar dezelfde moraal erop nahouden als je bepleit voor de nieuwe rijke voormalige ontwikkelingslanden.</p><p>De rijken hier dienen daarvoor hun verantwoordelijkheid te nemen. Dan kan ontwikkelingsgeld worden ingezet waarvoor het oorspronkelijk bedoeld is, namelijk voor de armste landen in de wereld die er nog niet in zijn geslaagd met hun bevolking een min of meer rechtvaardig en humaan leven te creëren.</p> ]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/maarten-schinkel-over-ontwikkelingshulp-helder-betoog-maar-merkwaardige-conclusie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>N van NGO: een tussenbalans na het non-paper</title>
		<link>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/n-van-ngo-een-tussenbalans-na-het-non-paper/</link>
		<comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/n-van-ngo-een-tussenbalans-na-het-non-paper/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 20 Feb 2012 07:46:50 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Afra Galama</dc:creator>
				<category><![CDATA[Vice Versa feed]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=20405</guid>
		<description><![CDATA[De discussie over de N van NGO gaat nu alweer de zevende week in. Afra Galama maakt de balans op van het debat sinds het verschijnen van het non-paper van Ben Knapen eind januari. <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/02/n-van-ngo-een-tussenbalans-na-het-non-paper/">Verder lezen <span>&#8594;</span></a>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/02/n-van-ngo-een-tussenbalans-na-het-non-paper/nvanngo/" rel="attachment wp-att-20406"><img class="alignleft size-full wp-image-20406" title="Nvanngo" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/02/Nvanngo.jpg" alt="" width="300" height="300" /></a>De discussie over de N van NGO gaat nu alweer de zevende week in. Afra Galama maakt de balans op van het debat sinds het verschijnen van het non-paper van Ben Knapen eind januari.</strong></strong></p><p>Eind januari kwam eindelijk het langverwachte non-paper van het ministerie van Buitenlandse Zaken uit. Een paper waarin vooral veel vragen werden gesteld en geen duidelijke visie naar voren kwam leidde niet meteen tot een opleving in de discussie. De toespraak van Knapen een week later tijdens het lustrum van de NCDO  scheen iets meer licht op zijn toekomstplannen.</p><p>In zijn non-paper schetst Ben Knapen een vijftal veranderende trends – van OS naar Internationale Samenwerking; niet langer één-op-één; grotere diversiteit; opkomst zuidelijke ngo’s; en afnemend vertrouwen – die bij hem een aantal fundamentele vragen oproepen over de rol van ngo’s. De staatssecretaris zegt bij te willen dragen aan de discussie ‘niet door geharnaste meningen te verkondigen, maar door vragen te stellen.’ De antwoorden op deze vragen zijn cruciaal voor de toekomstige relatie tussen overheid en maatschappelijk middenveld, aldus Knapen.</p><p><strong>‘Nergens Over Nagedacht’ paper?</strong></p><p>Het gebrek aan visie van het non-paper leidt in eerste instantie tot grote teleurstellingen in de sector. Zo noemt Jack van Ham, oud-directeur van ICCO, het ‘een niks, een leeg, een lullig stukje papier’ en een ‘Nergens Over Nagedacht’ paper. Lau Schulpen van de Radboud Universiteit  vindt het onbegrijpelijk dat het ministerie denkt een daadwerkelijke bijdrage te leveren aan de discussie door vijf ontwikkelingen te schetsen, daar vragen bij te stellen, maar verder geen enkele eigen invulling aan de beantwoording van die vragen te geven. ‘Toen het ministerie in december aangaf te komen met een non-paper als input voor de discussie over de toekomstige relatie met ngo’s hadden weinigen kunnen bevroeden dat de term letterlijk genomen moest worden.’</p><p>Toch zijn er ook positieve geluiden over het non-paper. Zo stelt Michiel Verweij in een reactie op de Vice Versa site: ‘Het is te vroeg voor conclusies. Dus wat is er beter dan relevante vragen te stellen? Ik zie het als een slimme en voorzichtige zet om de tweede helft in te gaan.’</p><p>Vanuit Tanzania komt SNV’er Rinus van Klinken met een interessante aanvulling op het non-paper. Hij mist twee trends die hij in het veld tegenkomt, maar die niet in het paper genoemd worden. De eerste is de rol van kennis binnen ontwikkelingssamenwerking. Van Klinken stelt dat ‘de erkenning is gegroeid dat de <em>blueprint</em> benadering [het idee dat het beste pad naar ontwikkeling verloopt door het modernisatie proces te volgen zoals dat in het westen is gebeurd, red.] niet echt werkt en dat de ontwikkelingsuitdaging er juist uit bestaat om te zoeken naar lokale relevante oplossingen, die passen binnen de bestaande context.’ De tweede trend die het non-paper volgens Van Klinken mist is ‘de groeiende kloof tussen nationaal beleid en programma’s en de lokale realiteit in veel ontwikkelingslanden.’ De SNV’er stelt dat de opkomst van lokale organisaties in ontwikkelingslanden waar de staatssecretaris over schrijft vooral de urbane ngo’s lijken te zijn, geconcentreerd in de hoofdsteden.</p><p><strong>Mondiaal burgerschap</strong></p><p>Een week na het uitkomen van het non-paper komt Knapen in een toespraak voor het NCDO met een uitgebreidere visie op ontwikkelingshulp en de rol van het maatschappelijk middenveld. In zijn speech stelt hij dat de ‘klassieke, brede ontwikkelingssamenwerking’ vervangen moet worden door mondiaal burgerschap, maatschappelijk verantwoord ondernemen en particuliere initiatieven. Daarbij legt de staatssecretaris een belangrijk deel van het antwoord op de nieuwe rol van ontwikkelingssamenwerking in handen van burgers, die met hun consumentengedrag een belangrijke rol spelen op het gebied van duurzaamheid. Aan ontwikkelingsorganisaties de taak om aan te sluiten bij de ‘noodzaak van mondiaal burgerschap.’ Knapen verlegt daarbij het zwaartepunt van activiteiten in ontwikkelingslanden naar activiteiten in Nederland.</p><p>Mondiaal burgerschap lijkt hét nieuwe <em>buzzword</em> van de ontwikkelingssector te zijn. Uit de artikelen en reacties op de nieuwsblog ’N van NGO’ blijkt dat dit begrip niet alleen door Knapen omarmd wordt, maar dat ook steeds meer organisaties zich geroepen voelen om mondiaal burgerschap te bevorderen. Het idee dat er alleen een duurzame, rechtvaardige en vrije wereld kan bestaan als wij als burgers en consumenten ons eigen gedrag aanpassen, vindt steeds meer aansluiting bij ontwikkelingsorganisaties. Toch klinken er ook kritische geluiden over de plannen van Knapen. ‘Als Knapen inderdaad wil dat Nederlandse ngo’s zich gaan richten op Nederland (en mondiale problemen neem ik aan), dan vrees ik dat dit beperkt blijft tot het beïnvloeden van de Nederlandse consument,’ zo analyseert Frank van der Linde, oud-directeur van Fairfood. Lau Schulpen voegt hier aan toe dat de Nederlandse overheid zelf óók de verantwoordelijkheid heeft zichzelf onder de loep te nemen.</p><p><strong>Particuliere initiatieven en maatschappelijke legitimering</strong></p><p>Dat Ben Knapen naast mondiaal burgerschap meer aandacht wil voor particuliere initiatieven valt eveneens niet in goede aarde. Zo worden particuliere initiatieven ‘te servicegericht’ gevonden, zouden ze geen structurele oorzaken van armoede en onrecht aanpakken en wordt gezegd dat ze meer gedreven worden door ‘wat wij bij willen bijdragen dan wat er precies nodig is.’ Daarnaast is het ‘erg inconsequent’ dat na alle discussie over <em>aid effectiveness</em> en <em>ownership</em> de staatssecretaris nu de focus legt op kleine initiatieven, aldus professor Mirjam van Reisen, die de Marge Klompé leerstoel bekleedt in Tilburg.</p><p>Ngo’s lijken duidelijk hun eigen meerwaarde te zien ten opzichte van de particuliere initiatieven en andere spelers in het speelveld van ontwikkeling. Vera Hendriks, communicatiemedewerker van Agriprofocus, analyseert dat ngo’s ervan overtuigd zijn dat ze iets te bieden zijn, maar komen vooralsnog niet uit hun woorden wat dat precies is. Hoewel ‘kennis’ en ‘ervaring’ veel genoemd worden als kwaliteiten van ngo’s, stelt Hendriks dat innovatie de kracht van ngo’s is.</p><p><strong>Financiering</strong></p><p>Naast mondiaal burgerschap en particuliere initiatieven blijft de financiële relatie tussen overheid en maatschappelijk middenveld een centraal punt in de discussie. In zijn non-paper stelt staatssecretaris Ben Knapen dat een voortzetting van het medefinancieringsstelsel na 2015 niet meer vanzelfsprekend is. Dit komt niet geheel als een verrassing. Vanuit de sector klinkt erkenning over dat de relatie tussen overheid en maatschappelijk middenveld aan veranderingen onderhevig is en een nieuwe fase in moet gaan. Toch lijkt nog steeds de algemene opvatting te heersen dat het een plicht van de overheid is om het maatschappelijk middenveld te financieren en dat ook de overheid zelf hierbij gebaat is. ‘Naast het feit dat ontwikkelingssamenwerking ethisch gezien belangrijk is, is het economisch dom om te bezuinigen,’ stelt Mirjam van Reisen. ‘Er wordt nu olie gevonden in Afrika en Azië neemt het daar over.’ De hoogleraar vindt dat Nederland de concurrentie aan moet gaan met China, zodat we niet te veel terrein verliezen. Vooral op het gebied van democratie en mensenrechten staat Nederland sterk, aldus Van Reisen.</p><p>Een ander heikel punt in de discussie blijft de vraag of de Nederlandse overheid zuidelijke ngo’s direct moet financieren. Hierover blijven de meningen sterk verdeeld. Zo vindt de één het een ‘uitstekend idee’ omdat veel lokale ngo’s inmiddels sterk genoeg zijn om rechtstreeks geld te ontvangen. Terwijl de ander stelt dat directe financiering geen goed alternatief voor het huidige stelsel is omdat het zou leiden tot een verdere ‘verstatelijking van de hulp’ en bovendien ondermijnend zou werken aan het beoogde doel van het ministerie van een sterker mondiaal burgerschap. Daarnaast vraagt Rinus van Klinken zich af of directe financiering nu echt het maatschappelijk middenveld in ontwikkelingslanden helpt. In zijn ogen hebben veel sterke lokale ngo’s die in aanmerking zouden kunnen komen voor deze financiering ‘het contact met hun basis verloren.’ Zijn advies aan de staatssecretaris is dan ook dat er meer aandacht moet komen voor de diversiteit van maatschappelijke organisaties in ontwikkelingslanden.</p><p><em>Heeft u nog adviezen voor staatssecretaris Knapen of wilt u een bijdrage leveren aan de discussie over de toekomst van het maatschappelijk middenveld? Grijp uw kans en discussieer nu nog mee op de <a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/12/nieuwsblog-de-n-van-ngo/">Nieuwsblog N van NGO. </a></em></p><p>&nbsp;</p> ]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/n-van-ngo-een-tussenbalans-na-het-non-paper/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

